Vermomming 1.

Verteller:
Wie rijdt daar zo laat door nacht en wind?
Het is de vader met zijn kind
Hij heeft ’t knaapje stevig in zijn arm
Hij houdt hem vast, hij houdt hem warm
Vader:
Mijn zoon, waarom verberg je zo bang je gezicht?
Kind:
Zie, Vader, jij de Elfenkoning niet?
De Elfenkoning met kroon en pracht?
Vader:
Mijn zoon, het is een nevelsliert
Elfenkoning:Jij lief kind, kom mee met mij
Heel leuke spelletjes speel ik met jou
Veel mooie bloemen zijn bij het strand
Mijn moeder heeft veel gouden gewaden
Kind:
Mijn vader, mijn vader, hoor je dan niet
Wat de Elfenkoning me zachtjes belooft?
Vader:
Wees rustig, blijf rustig mijn kind
In dorre blaadjes fluistert de wind
Elfenkoning:
Wil je, fijn knaapje, mee met me gaan?
Mijn dochters zullen al op je wachten
Mijn dochters leiden de nachtelijke dans
Wiegen, dansen en zingen je in trance
Kind:
Mijn vader, mijn vader, zie je niet daar
Elfenkonings dochters op die duistere plaats?
Vader:
Mijn zoon, mijn zoon, ik zie het heel goed:
De oude wilgen lijken zo donker en grauw.
Elfenkoning:
Ik hou van je, mij bekoort je mooie gestalte
Kom je niet uit jezelf dan gebruik ik geweld
Kind:
Mijn vader, mijn vader, nu valt hij me aan!
Elfenkoning heeft me pijn gedaan!
Verteller:
Rillingen lopen op vaders rug, hij stormt als de wind
Hij houdt in zijn armen ’t kreunende kind,
Bereikt de boerderij in hoge nood
In zijn armen lag het kind dood.

Johann Wolfgang von Goethe, 1782.
.

(wordt vervolgd)
.
Advertenties

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s