Reisje langs Daytona Beach 1978

The States. Aantrekkingskracht genoeg. Hans en ik gingen in februari een trip maken vanuit New York naar het Eldorado van de gepensioneerden: Florida. Hans wilde zo graag eens niet alléén naar DE motorraces in Daytona Beach in die staat. Grote broer moest mee. Nou graag dus. New York is op zichzelf al een paar dagen waard, daar kijken we onze ogen uit bij het begin en aan het eind van de drie wekenreis.

Ik mik in dit blogje even op de tegenstellingen in de States. Zo gauw we uit het pompeuze Manhattan naar het zuiden vertrekken komen we op een (schier)eiland terecht. We hebben sigaretten nodig en rijden dus naar de eerste de beste winkelstraat nadat we de brede rivier zijn overgestoken. Grote verbazing bij ons. Oude huizen, modderig, langs de straat palen met electradraden. Morsige winkel, niks opgewekte bediening zoals we op het wolkenkrabber-eiland   w é l   kregen, maar een achterdochtige, duidelijk niet-rijke man, die ons nors aan de tabakswaren helpt. Hééé, dat valt me tegen daar. Zo snel al armoede te zien, daarop ben ik niet voorbereid.

We rijden verder op de snelweg. De grote stroom van rijke pensionados uit het noordoosten  van de States is al lang opgedroogd, die was voor het invallen van de winter al massaal naar het zuiden getrokken. Er valt een dik pak sneeuw, het weerbericht belooft méér, dagenlang. Sneeuwhopen langs de kant, grote sneeuwschuivers.

Een stuk zuidelijker. We zien ineens dicht bij de weg wat ‘woningen’, half vergane keten opgebouwd uit ruwhouten planken, een paar mensen scharrelen wat rond op een erf, blote voeten. Is dit óók Amerika? Ja dus. En hierlangs drommen dus al die goudbehangen rijke oude lui, in behagelijke wagens met airco – heen of weer, al naar de maand van het jaar. Denkelijk hebben sommigen van hen ook even een "Goh, zie je dat?" op de lippen. Verschil is er.

Een staat verder naar het zuiden. We kijken om, want ik zag in een glimp iets bizonders. Een forse oude van dagen holt, nee, danst over de weg met twee armen in de lucht, ineens, achter ons. Er vallen heel langzaam, heel piepkleine sneeuwvlokjes. Van de berichten op de autoradio begrijpen we dat er minstens 60 jaar geen sneeuw is gevallen in deze streek. Die man was gewoon als een kind zo blij dat hij het nu mag meemaken. Eeuwen geleden waren zijn voorouders uit een warm deel van Afrika gekomen.

Hans en ik doen leuke dingen, motoren en autoparade op het strand, "show us your t..s", de races, Miami, de moerassen, en dan de heilige steden van de muziek: New Orleans, Nashville, Memphis. We neuzen daarna nog bij een zwaarbewaakt nerveus gedoe rond stakingen in de mijnen – echt honderden auto’s van de politie staan daar bij motels of krioelen rond. Tsja, je rijdt dan een beetje voorzichtiger dan gebruikelijk….. Hoever ligt voorzichtigheid van angst? Bij ons tweetjes, rijpere mannen, héél ver. Nou ja, een vleugje bij de voorzichtigheid ervaar je dan toch wel.

Weer op terugweg naar New York zien we, klein stukje rechts van de Highway langs de Appalachen, een feestje waar ik eindelijk de eerste ‘echte’ illustratie bekijk van muzikanten met wasborden en zo. Prachtig. We stoppen, het geluid bereikt ons heel zacht. Mooi!

 

Advertenties

6 Reacties op “Reisje langs Daytona Beach 1978

  1. Wat een geweldige ervaring moet dat geweest zijn… Ja Amerika heeft meerdere gezichten: oud en arm naast elkaar, helaas is er geen tussenweg daar te vinden!Vele Culturen naast elkaar, zó wijds en o zo groot… je zou daar makkelijk kunnen verdwalen en de goede weg is dan mijlen ver weg… Niet leuk als je nog weinig in je tank hebt! Leuk dat je ook deze andere kant van ons Aardkloot mocht beleven!groetjes…Loes.

  2. Dat vleugje angst bij alle voorzichtigheid speelde ook nog op een andere plaats een rol.Hans en ik waren met een tent, om in het zuiden te gebruiken op campings. Achteraf hebben we begrepen, ook uit films op de buis, dat campings vaak verzamelplaatsen zijn van \’losers\’, waaronder in verhouding meer criminelen dan in geordende motels en hotels…..We hadden wel zo\’n beetje door dat we echt niet de aandacht van politie op ons moesten vestigen, als ze naar verblijfplaats vroegen, als ze eventueel onze tent zouden zien, als ze ons noordelijke (huurauto-)nummerbord zouden zien bij een licht overtredinkje of zo, brrrrr.Korte tijd voor onze vliegreis hadden we beiden, Hans in Tilburg en ik in Amsterdam, een film gezien over het opvijzelen van de inkomsten van een county of onderdeel daarvan. Wat ons bij was gebleven: Je mag een schoolbus niet passeren, dan pakken ze je gegarandeerd. De film toonde een situatie dat een schoolbus in een vrij nauwe straat stil stond, er een doorgetrokken streep tussen de twee

  3. [aansluitend op tekst \’tussen de twee\’ – vervolg:] stroken lag. In de film zag je dan dat politiemannen, vlak voor de bus geparkeerd, dus verscholen, gereed zaten om de kas van de gemeenschap te spekken met een forse boete.In onze werkelijkheid is het een keertje ook zo. We komen, even links (op de kaart) van New Orleans, in een kleine plaats waar de situatie een kopie lijkt van de plaats in de film. Uiteraard kunnen we niet voorbij de bus kijken of daar inderdaad politie met bonboekjes en ballpoint in de aanslag zitten te wachten. We rijden alletwee sterk anticiperend, zien de situatie dus van veraf. We stoppen en we keren op die weg. Dan maar geen pittoreske kleine stadjes bekijken….Pakweg 15 jaar later ben ik nog eens in The States geweest van Los Angeles tot San Diego. Dat ging heel wat gemoedelijker met vrouw en dochter en twee kennissen in de huurauto. Een normaler ogend gezelschap, haha. Toen heb ik geen spatje last gehad – in het verkeer. Daar had ik ook minder kans op want in een babbel

  4. [aansluitend op tekst \’in een babbel\’ – vervolg:] met een ex-Nederlander van 80 km verderop, aan het strand van Santa Barbara, had ik de achterkant van mijn benen stevig verbrand. Opgezwollen benen, drie dagen ziek in het appartement, vele malen smeren met pure aloë vera. Wauw, dat zijn nog eens avonturen!Voor de rest was het heel plezierig om een heleboel mee te maken in Californië.Deze Amerikaanse reizen vielen eigenlijk in het niet bij alle steden – vooral havenplaatsen – die ik sinds mijn 18e heb mogen bezoeken, dankzij het goedkoopste reisbureau van Nederland: de Koninklijke Marine. Europa, Midden-Oosten, Arabië, Afrika, Sri Lanka, Indonesië nadat ik vanuit Curacao [hoe maak ik hier een c-met-komma?] een paar plaatsen op Zuid-Amerika en wat Caraibische eilanden onveilig had gemaakt. Maar daar heb ik het nu niet over. Wat ik hierboven verteld heb is voorlopig wel genoeg om met me mee te dromen over \’far away places with strange sounding names – far away over the sea".

  5. Geweldig Niek!uhhh… wordt wel een weblog in een weblog, lolll…maar ik snap je helemaal dat je bereist ben in je leven, ook idd. leve de Marine!Terugkomend over politie in Californie, vlakke landschappen met cactussen… mensen hoge groeistuipen, daarachter staan ze ook weleens verscholen…De politie daar zijn meer corrupter dan in Nederland…(alhoewel… tijdens feestdagen moet je hier ook niet opvallen in het verkeer!)gr. v. Loes.

  6. Loes, hoi!, weblog in weblog. Wie zou moeten zeggen: da mag nie?Ik geloof dat ik ook in spaces weinig discipline heb bij het gebruiken van alle mogelijkheden, haha! Eergisteren ontdekte ik: boven \’comment\’ kan ik naam \’bedankt voor de bloemen\’ zetten. No problem.Bij de K.M. hebben ze me wel een paar mm kleiner gekregen, wat nog over is: een weinig gedisciplineerd persoon, Niek leeft op eigen wijze. Daarom sprak Sinatra\’s "My way" me heel erg aan. lol.Het bij-doel van mijn verhaal: Heb ik je een beetje aan het dromen gekregen over \’far away places with strange sounding names – far away over the sea"? Dank zij film en tvfilm heb je je in ieder geval even kunnen inbeelden dat er een paar \’cops\’ van achter grote cactussen tevoorschijn springen.Op de bon in Nederland (tsja, ik moet vandaag 8 bekeuringen uitschrijven) vind ik niet zo eng als in het buitenland. Als ik daar aan denk krijg ik visioenen van kerkers en volstrekt onbekwame onderbetaalde gevangenisbewaarders. Hou je – groet, Niek